Vanuit de Oosterse visie wordt de mens gezien als geheel van onderling afhankelijke delen die samen een evenwicht vormen. Het geheel is meer dan som der delen. Het lichaam is een orkest waarvan de ziel de muziek is. Als je een instrument verwijdert, of de manier verandert waarop wordt gespeeld, dan verander je de muziek totaal. Om de volle reikwijdte van de geest naar buiten te brengen, moet je elk orgaan heel precies stemmen, alsof het een instrument is. Het moet optimaal functioneren, alsof het wordt bespeeld door een muzikaal genie.
Tegelijkertijd moet je nooit vergeten dat elk orgaan harmonieus met de rest van het lichaam – de andere delen van het orkest - moet samensmelten om het meest complete en mooie wezen voort te brengen. En dat ben jij.
De Oosterse genezer is daarom net een dirigent van orkest. Hij of zij hoort welke instrumenten uit de toon spelen en stelt ze zo af dat ze harmonieus met de rest van het orkest samenspelen.
Binnen het lichaam zien we elk orgaan in samenhang met alle andere organen. De gezondheid van één orgaan – de lever bijvoorbeeld – is afhankelijk van het functioneren van elk ander orgaan. De reden hiervoor is eenvoudig: Vanuit een Oosters perspectief bezien is het lichaam een doorlopende keten waar energie doorheen stroomt. Deze energie is levenskracht. In Japan noemt men haar Ki, in China Chi en in India Prana.
Als de energiedoorstroming ergens in het lichaam geblokkeerd is, kunnen andere organen niet van voldoende energie, of Ki, worden voorzien. Als er voldoende ki door het lichaam stroomt, wordt elke cel gevoed met levengevende energie. Elk orgaan kan optimaal zijn taken uitvoeren. Als die stroom wordt geblokkeerd, zullen de organen verstikken ten gevolge van een gebrek aan Ki. Therapieën die gebaseerd zijn op de Oosterse visie richten zich dan ook om het weer in orde brengen van de energiestroom.